In 2004 is het 200 jaar geleden dat voor het eerst een Nederlandse ballonvaarder zich aan de zwaartekracht wist te ontworstelen. Die eer komt toe aan Abraham Hopman.
Er zijn niet zo erg veel kronieken gewijd aan deze vermetele Hollander. En dat is jammer want de geschiedenis van zijn activiteiten is meer dan boeiend en ook amusant. En in historisch perspectief ook bepaald niet onbelangrijk!

Dankzij de medewerking van het Nederlands Economisch Historisch Archief in Amsterdam is bij het speuren naar informatie, een aantal interessante en minder bekende details, bekend geworden. Omstreeks 1905 was Th. Hartkamp die een collectie aeronautica had aangelegd en ook regelmatig over de luchtvaarthistorie publiceerde. Deze collectie aeronautica bevindt zich in het eerdergenoemde archief. Het belangrijkste is wel dat er ook een afbeelding blijkt te bestaan van de ballon van Abraham Hopman, die hij de luisterrijke naam: Lust tot Onderzoek had meegegeven.

De zeer lezenswaardige en boeiende geschiedenis van de vaderlandse ballonvaart is door Th. Hartkamp opgetekend en gepubliceerd in het blad Eigen Haard in 1909.
Het citaat dat betrekking heeft op Abraham Hopman vindt u hieronder.

De Nederlanders hebben op het gebied van de luchtscheepvaart niet uitgeblonken. Men kan bijna zeggen dat er daarvoor in het geheel geen ondernemingsgeest heeft bestaan.
De eerste Nederlandsche luchtreiziger Abraham Hopman is den 29sten September 1804 te Rotterdam opgestegen. Hij was een ondernemend man en stelde buitengewoon veel belang in de luchtscheepvaart. Hij is geboren te Haarlem en later zich gaan vestigen te Rotterdam, alwaar hij als Poorter is ingeschreven. Door zijn huwelijk op 20 Mei 1792 met Klasina Raadsmakers te Haarlem is hij weder inwoner van Haarlem geworden. Aldaar maakte hij kennis met L.S.Loude, die ook veel liefhebberij in de luchtscheepvaart had. Zij vormden in 1804 het plan zelf een luchtreis te ondernemen. Dit plan werd in de Nieuwsbladen bekend gemaakt.
De ballon genaamd “Lust tot Onderzoek” groot 94 voeten in omtrek en bevattende ruim 800 ellen taf, was voor zes stuivers in de Schagerlaan aan de Overtoom te bezichtigen. In de verwachting dat er vele wetenschappelijke personen zouden zijn, die hun plan wilden ondersteunen, openden zij ene intekening tegen f.3.- per persoon. De intekening ging niet naar wens en er ging een geruime tijd voorbij eer men van de luchtreis iets vernam.
Eindelijk besloten zij, toch maar tot de luchtreis over te gaan.
Den 26sten en 27sten Juni 1804 was de ballon te zien tegen ene bijdrage ten voordele van armen van Nieuwer-Amstel, hetwelk nog een bedrag van p.m. tweehonderd gulden moet hebben opgeleverd.

Dan 5den Juli “s middags 5 uur zoude de opstijging plaats hebben op het achter Bramenburg aan den Overtoomschenweg. De belangstelling bij het publiek was zeer groot, vooral omdat in Amsterdam nog nooit een luchtreiziger was opgestegen. Voor de handhaving der orde werden militairen gebruikt, infanterie en huzaren. Reeds ”s morgens vroeg waren Hopman en Loude begonnen met de vulling van den ballon. Zij slaagden echter hierin niet. Het was reeds laat in den avond geworden en de ballon bleef zooals hij ” s middags was en “s avonds 9 uur werd door Loude bekend gemaakt, dat de opstijging werd uitgesteld tot den volgende dag “s middags 12 uur.
Het publiek was zeer teleur gesteld en hoogst ontevreden, vooral het niets betalend publiek. Zoals het altijd gaat, heeft dit het meest in te brengen.
Den volgenden dag 6 Juli werd door den standsomroeper bekend gemaakt, dat de Luchtbol dien middag te 5 uur zoude opgaan.

Het was dien dag weder even druk. Ruim drie uur hoorde men door de gehele stad een geroep van “De Luchtbol. De Luchtbol” en werkelijk zag men een luchtbol in de lucht; of een schuitje aanhing, was niet te zien en daarom veronderstelde men dat het een voorloper zoude zijn. Toch ging het publiek op weg naar buiten, maar komende aan de Leidschepoort zag men vele personen reeds van den Overtoomschen weg komen, het bericht medebrengende dat het de ballon was, dien men in de stad in de lucht had gezien.Aan het publiek hetwelk op het terrein aanwezig was werd omstreeks 2 uur door Loude medegedeeld, dat
zij den ballon niet behoorlijk gevuld zouden moeten laten opgaan aan gebrek van de nodige “ingrediënten”, doch dat zij nog ene poging zouden doen om met den alzo slechts gevulde ballon de reis te ondernemen.

Dat ging niet want de ballon was zelfs niet in de staat het schuitje op te lichten en daarop wilde men een wieg nemen, die toevallig bij de hand was, maar deze bleek niet sterk genoeg te zijn. Ten slotte nam men een wijnmand. Deze werd aan den ballon vastgemaakt en Hopman ging daarin.
Maar ook nu was alles vruchteloos.
Eindelijk nam men het besluit de ballon met de wijnmand zonder iemand daarin te doen reizen, en circa 3 uur steeg de ballon, nog al hoog gaande, eerst naar het westen en vervolgens oostwaarts.
Na twee dagen in de lucht gezweefd te hebben is de ballon in den omtrek van Deventer neergevallen.
Deze mislukte luchtreis was oorzaak van groot gemor en gemompel en Hopman en Loude werden als gelukzoekers aangeduid.
Hopman en Loude moeten echter aan de intekenaars hebben aangeboden, het geld terug te geven.
Naar aanleiding van deze mislukte luchtreis verschenen twee grote prenten, gegraveerd door E.J.Marcus of D.Veelwaard, naar J.Smies.
Men was van oordeel dat ons klimaat en onze “zwavelachtige gronden” niet geschikt waren om een luchtreis te doen. Hopman beweerde het tegendeel en ondernam deze poging te Rotterdam, waarin hij door een aantal intekenaren geldelijk werd gesteund.
Het was den 29sten September 1804 dat hij met den ballon, groot 30 voet in middellijn, opsteeg. Nadat Hopman van zijne vrouw en kinderen had afscheid genomen, zeide de predikant Weiland hem uit de volgende dichtregelen vaarwel:


Vaar nu op en lief de wolken,
Hopman! Met uw Luchtgevaart;
Daal weer zachtkens naar deez” aard,
Veilig voor des afgronds kolken!
Daal, kan “t zijn aan Amstels kant;
Zoo moet men uw Luchtreis roemen
Dan Blanchart van Nederland!


Zes minuten na vier van des namiddags steeg hij met zijn ballon statig op, eerst bijna rechtstandig, groette het publiek, en tot ene aanmerkelijke hoogte gekomen, wierp hij gedrukte papieren naar beneden, waarvan wij hieronder een facsimile geven.
De ballon nam zijn koers meer naar het Noordwesten en werd een tijdlang onzichtbaar, waarop Hopman zijne vogels liet uitvliegen. Hij had zich voorgenomen natuurkundige waarnemingen te doen, doch moest hiervan afzien door eenige ongemakken in de bovenlucht en het onbruikbaar worden van zijn kompas.
Hij liet zich nederdalen en na meer in de hoogte dan in de breedte gereisd te zijn, kwam hij in de nabijheid van Schiedam neder. Juist trof de gondel den kant eener sloot, kantelde en Hopman geraakte in de sloot. Hij zag zich genoodzaakt den luchtbol de verdere reis zonder hem te laten volbrengen, en kwam “s avonds om acht uur behouden terug op de plaats van zijn vertrek, terwijl de luchtbol, weder opgestegen, te half zes uur op de buitenplaats Bakkershagen onder Wassenaar in een bosch is nedergedaald, en op bevel van Mevrouw Bakker en door de zorg van W.Zonneveld voor alle schade bewaard en daarna aan Hopman teruggegeven.

Abraham Hopman is zo de eerste Nederlandse ballonvaarder.

“Nu zij den Lasteraar de mond gestopt, de kunde en eerlijkheid van den luchtreiziger bewezen, en zijn roem, dien hij onder onze landgenoten het eerst behaalde, onsterfelijk. En blijft hij de eenigste, aan hem alleen hebben wij te danken, dat in het vervolg ook ons Land bij diergelijke ondernemingen zal genoemd worden.’

Citaat uit: Eigen Haard, 25 september 1909.

Bron Hans van Hoesel